BDS and anti-Semitism

Door Jessica Roitman, VU Amsterdam

Nederlandse academici die Israëlische instellingen willen boycotten, hebben geen idee.

Zeshonderd onderzoekers en docenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen hebben onlangs hun naam verbonden aan een boycot van Israëlische instituties. Zonder dat ik het wist blijken er in de Nederlandse academische wereld horden collega’s te zijn die zich willen inzetten voor de verdrukten der aarde. Dat is raar, want in de twee decennia die ik er heb doorgebracht heb ik nooit veel publiekelijk georganiseerd activisme gezien, behalve wanneer het ging om het belang van hun eigen onderzoek te onderstrepen, en dan voornamelijk wanneer er financiering in het geding was.

Elke academicus staat natuurlijk in zijn recht om zijn naam te verbinden aan wat hij ziet als een rechtvaardige zaak. Laat ik duidelijk zijn: ik ben ook niet blij met de huidige situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. Alleen betwijfel ik of zij goed hebben nagedacht wat deze academische boycot betekent.

De petitie doet zich voor als een slachtofferloze boycot: „Het moet duidelijk zijn dat deze positie geen effect zal hebben op samenwerking met individuele Israëlische wetenschappers en collega’s.” Deze frase is gebaseerd op de ‘richtlijnen’ opgesteld door de Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel (PACBI). Die actiegroep is een van de oprichters van de BDS-beweging (Boycott, Divest and Sanction), bij wie de ondertekenaars hun oor te luisteren hebben gelegd. Deze vage en op het eerste gezicht vriendelijke woorden verhullen een gevaarlijke valkuil. Het verschaft de legitimatie voor het uitsluiten van academici op grond van hun nationaliteit en wijst deze aan als ‘schuldigen’ enkel vanwege hun afkomst.

Halve waarheden

Een belangrijke eis van de actiegroep is dat er geen sprake kan zijn van normalisering van relaties met Israëliërs die financiering van hun regering accepteren. Net als in Nederland hebben we het niet alleen over alle universiteiten en hogescholen, maar ook over bijvoorbeeld musea en bibliotheken. Ook het Israëlische Holocaust-centrum Yad Vashem zou onder de boycot kunnen vallen. Concreet betekent dit: geen referentiebrieven schrijven voor promotie van Israëlische geleerden, niet spreken op conferenties in of gesponsord door Israëlische instellingen. Ook kunnen er geen studiereizen naar Israël worden gemaakt of Israëlische promovendi worden geaccepteerd. Dit zijn allemaal voorbeelden van manieren waarop PACBI-aanhangers de opgestelde ‘richtlijnen’ hebben geïnterpreteerd om de academische boycot in acht te nemen. Is dit echt waarvoor zeshonderd van mijn collega’s zich hebben aangemeld?

Het argument dat aan de academische boycot ten grondslag ligt, is dat juist ook Israëlische academische instellingen zich schuldig maken aan het faciliteren, legitimeren en organiseren van mensenrechtenschendingen. De boycotcampagne recyclet een aantal halve waarheden over de Israëlische academische wereld. Deze zijn doeltreffend bij een publiek dat niet volledig op de hoogte is van de complexe situatie in Israël en nog minder weet over Israëlische universiteiten. Zijn de ondertekenaars op de hoogte dat bij zowel de Universiteit van Haifa als de Hebreeuwse Universiteit ongeveer 20 procent van de studenten Arabisch is en er een groot aantal Arabische docenten werkt? Enige zelfreflectie is op zijn plaats; in Nederland halen we dit soort percentages etnische minderheden op universiteiten bij lange na niet.

Precedentwerking

Juist de universiteiten behoren tot de meest liberale en inclusieve organisaties in Israël. Dat zijn nu net de instituten waar ideeën voor vrede en verzoening worden gesmeed, onderwezen en beoefend. Het vredesproces van Oslo begin jaren negentig, vernietigd door Israëlische en Arabische extremisten, ontstond uit banden tussen Israëlische en Palestijnse academici.

Natuurlijk zijn er connecties tussen Israëlische universiteiten, het leger en de wapenindustrie. Hoe onaangenaam dat ook mag klinken, dat is overal ter wereld eerder regel dan uitzondering. Als de 600 consistent zijn, trekken ze hun protest ook door naar de academische instituten in de Verenigde Staten, waar kennis net zo goed wordt gebruikt in de ontwikkeling van wapentuig dat door het leger wordt ingezet. Misschien zorgt het prestige en de financiering van deze universiteiten dat mijn collega’s hier een oogje dichtknijpen? Is dat ook de reden waarom er geen wijdverspreide petities zijn tegen het werken met Chinese universiteiten, ondanks de aanhoudende schendingen van mensenrechten van de Oeigoeren of de onderdrukking in Hongkong?

De boycot schept een gevaarlijk precedent. Het houdt Joodse academici (en ook muzikanten, artiesten en sporters) verantwoordelijk voor de mensenrechtenschendingen van hun staat. Het zegt tegen iedereen die bewust en bezorgd is over de situatie in het Midden-Oosten dat het probleem een eenvoudige strijd van goed tegen kwaad is. Dat lost niets op terwijl het de realiteit van de complexe situatie negeert. Het enige wat de boycotcampagne lijkt te doen, is een aantal zelfingenomen academici, ver weg van het geweld, het comfortabele gevoel te geven dat ze ‘iets doen’ om te helpen.


Jessica V. Roitman is hoogleraar Joodse Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit opiniestuk verscheen eerder in de NRC d.d. 1 juni 2021.

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

  +  62  =  66

Post comment